We love: lingerieontwerpster Chantal Thomass intiem


Het is in 2006 dat ontwerpster Elke Peeters, het hart en de ziel van jouw liefste Jacki Collet, haar professionele leven een nieuwe wending geeft. Ze gaat voluit gaat voor een fascinerende carrière als freelance lifestylejournaliste en schrijft voor tal van toonaangevende luxemagazines waaronder Look-Out, Sabato, Het Laatste Nieuws en Kwintessens. Niet veel later presenteert ze “Qu’ elle est belle”, haar allereerste collectie hedendaagse juwelen op maat van het publiek. Jarenlang combineert ze interviews, research en het juwelenatelier tot een boeiend geheel dat naadloos aansluit bij zowat alles wat haar blij maakt: kunst, design, reizen, lekker eten, mode en juwelen.

De artikels die ze schreef zijn anno 2019 gedateerd door hun details (er worden exposities aangehaald die reeds gepasseerd zijn, Gerald Watelet sloot zijn couture-atelier in Parijs, Tara Jarmon vond een nieuwe pied-à-terre in Antwerpen, de wasmachine van Chantal Thomass behoort al jaren tot de geschiedenis van het merk, …), maar blijven overeind omdat ze stuk voor stuk de liefde voor het creëren en de daaraan verbonden zoektocht naar de essentie van schoonheid als gemene delers hebben. Tijdloos is in dit geval geen holle definitie. 

Het derde interview uit deze reeks dat Elke Peeters met jou wil delen, is het gesprek met lingerieontwerpster Chantal Thomass uit 2008 voor Sabato, De Tijd. Het is haar bijgebleven omdat Thomass maar blééf vertellen. Tot grote ergernis van de persagente die me achteraf vermanend toesprak: “Elke, normaal duurt een interview hoogstens een half uur. Niet drie keer langer. Chantal is namelijk een stàr.” Ja hoor, Chantal Thomass is een hele grote. En wie ben ik om op momenten van begeestering een star te onderbreken in haar relaas. 





Intiem interview met lingerieontwerpster
Chantal Thomass

Chantal Thomass ontwerpt niet zomaar damesniemendalletjes. Zij gaf lingerie een plaats in het het grillige modelandschap. Inmiddels zit ze veertig jaar in het vak. Haar carrière begon zonder dat ze er erg in had en zat op geen enkel moment in rustig vaarwater. Thomass werd zelfs uit haar eigen bedrijf gezet. In haar door en door Parijse appartement doet ze haar relaas. 
“Plots was ik mijn naam kwijt”

“Mijn moeder was huisvrouw en mijn vader werkte als ingenieur. Met mode of kunst hielden zij zich niet bezig. Ik heb het allemaal zelf moeten ontdekken”, zegt Chantal Thomass. “Ik groeide op in een voorstad van Parijs als kind van de jaren 60. Er broeide iets in de samenleving. Dat er serieuze veranderingen op til waren, voelden wij als eerste aan. Thierry Mugler, Kenzo, Montana en ik. Allemaal kinderen van die tijd. Kleding werd een statement. Dat we uit noodzaak alles zelf moesten bedenken en in elkaar naaien, hield ons niet tegen. Mijn vriendje, later mijn echtgenoot, zat toen op de kunstschol en beschilderde er stukken textiel. Dankzij die kunstige lappen stof en de naaimachine van mijn moeder kon ik de eerste leuke kleren over mijn hoofd trekken. En ik kreeg complimentjes van mijn omgeving. Zoveel zelfs dat ik de moed had om nog drie jurken te naaien en aan te kloppen bij Dorothée Bis. Het nam ze alle drie.”
“In een mum van tijd raakten ze verkocht. Tegelijk trok ik naar Saint-Tropez en ook daar kon ik mijn creaties kwijt. Brigitte Bardot kocht er eentje en de bal ging aan het rollen. In een week tijd was ik beroemd. Bestellingen liepen binnen en in allerijl richtte ik een bedrijfje op. Tijd om naar school te gaan had ik niet meer. Het is er nooit nog van gekomen. Ik ben een designer zonder enig diploma.”

Abrupt
Ondanks het succes van uw kledingcollectie hield u er abrupt mee op en begon u lingerie te ontwerpen. 
Thomass: “Toen ik eind de jaren 70 aan een nieuwe collectie werkte, wilde ik graag lingerie onder de kleren showen. Ik was 25 en plots drong het tot me door dat mooie lingerie in die tijd gewoon niet bestond! Zelf had ik nog nooit een beha gedragen. Ondergoed was vooral functioneel. Gemaakt voor vrouwen die last hadden van allerlei kwaaltjes. Niet te geloven hoeveel invloed het feminisme toen had. Omdat ik alweer mijn zin niet kon vinden in de traditionele winkels maakte ik mijn eerste beha en jarretellengordel zelf. Just for fun, als accessoires. Ze sloegen in als een bom. De pers was er wild van en al snel vond ik een producent. Sindsdien maak ik geen kleren meer.”


























U bent een paar jaar geleden uit uw eigen bedrijf gezet.
Thomass: “In de beginperiode verliep alles vrij vlot. Mijn bedrijfje was klein genoeg om het met beperkte middelen te runnen. Pas later staken, door het groeiende succes, de echte problemen de kop op. Mijn man en ik zijn geen zakenmensen. Kapitaal hadden we niet. De zaak opdoeken was geen optie, daarvoor hadden we teveel bestellingen.”
“Een Japanse partner bood zich aan en Chantal Thomass kon weer verder groeien. Maar gaandeweg nam marketing een steeds belangrijker plaats in en na enkele jaren werd, buiten mijn weten om, beslist om door te gaan zonder designer. Overbodig, lastig en onberekenbaar waren hun argumenten. Ik werd zonder pardon opzijgezet in mijn eigen bedrijf.”
“Drie jaar lang ben ik mijn naam kwijt geweest. Niets kon ik nog ondernemen. Mijn handtekening mocht ik enkel nog gebruiken om persoonlijke kwesties te regelen. Een vreselijke periode, nu ik eraan terugdenk. Bovendien ging het merk fel achteruit. Chantal Thomss verloor met mij zijn geloofwaardigheid. De pers hield van mij, de mensen wilden mij zien. Chantal Thomass, dat ben ik. Maar ik was met handen en voeten gebonden aan dat vervloekte contract. Na een jaar vol mislukkingen gaven mijn vroegere zakenpartners er de brui aan en een paar jaar later kon ik mijn naam terugkopen. Ik kon weer ademhalen en vooral opnieuw aan de slag gaan. Deze keer met een Amerikaanse partner én met een waterdicht contract op zak.” 

“Het androgyne in mijn ontwerpen schakelt man en vrouw symbolisch met elkaar gelijk”, zei je onlangs. 
Thomas: “Ik wil vrouwen vooral gelukkig maken. Niets is mooier dan een vrouw die geniet van het leven. Een vrouw die levensvreugde uitstraalt, verleidt. En daar draait het om. Zelfs al ziet niemand haar zorgvuldig uitgekozen lingerie, ze doet het in de eerste plaats voor zichzelf. 
En in de tweede plaats?
Thomass: “Voor haar man natuurlijk. Hoewel dat er zoveel niet toe doet.”

Koppig
Veertig jaar in de business: waarin ligt uw kracht precies?
Thomass: “Ik verander niet. Dat is mijn sterkte. Als je zolang in de modewereld rondloopt als ik, zie je carrières bijna als vanzelf op en neer gaan. Trendgevoelige designers komen en gaan en bereiden vervolgens hun zoveelste comeback voor. Trouw blijvn aan je eigen gedachten en inzichten en dan ook nog eens koppig doorzetten, het is niet iedereen gegeven. Na verloop van tijd verover je een welverdiende plaats in de modewereld. Maar geloof me vrij, makkelijk is het niet. Altijd moeten vechten vreet tonnen energie. En toch vind ik het nog altijd de moeite waard. Al ben ik nooit tevreden. Als ik dat zou zijn, kan ik niet evolueren. Er schieten me vaak genoeg ideeën te binnen die mijn marketingjongens regelrechte nachtmerries bezorgen. Altijd bang voor nieuwigheden, die kerels. En op verfrissende kleuren hebben ze het ook al niet begrepen. Keer op keer zijn het drama’s als ik weer met iets nieuw kom aandraven. Maar we hebben er wat op gevonden. De winkel in Parijs is sinds kort voorzien van een etalage die enkel exclusieve en beperkte oplagen verkoopt. 
Het walhalla van de kanten luxe?
Thomass: “Kwaliteit, dat is pas luxe. En ook zeldzaamheid. En nu we toch over luxe en zeldzaamheid hebben: het textielmuseum van het Zwitserse St. Gallen heeft me gevraagd een expositie over lingerie uit de vorige eeuw samen te stellen. Tegen mei van dit jaar. Ik voel me zo vereerd. Werkelijk een droom die in vervulling gaat. Ik voel me als een kind dat eindelijk ongestoord in grootmoeders koffer mag rommelen. Neuzen in alles wat mijn voorgangers de afgelopen creëerden. Prachtstukken haalde ik uit de vroegere collecties van La Perla, Chantelle, Simone Pérèle, Dim, Triumph, Christian Lacroix, Galliano en het Belgische Van De Velde met onder andere zijn Marie Jo.”
“Ik moet wel bekennen dat ik nogal selectief te werk ga. Ik kies enkel uit collecties van designers die ik graag mag. Mensen die mij nooit een strobreed in de weg gelegd hebben, krijgen voorrang. Geef toe, hoe zou je zelf zijn? Natuurlijk doe ik niet alles in mijn eentje. Bob Verhelst ontfermt zich over de scenografie, een ervaren curator helpt me met de administratie. Het spreekt voor zich dat de rompslomp die vooraf gaat aan het uitlenen van een kostbaar stuk lingerie precieus opgevolgd moet worden. En laat dat nu net niet mijn sterke kant zijn. Ik neem het artistieke aspect op mij."

"De vraag om de tentoonstelling op te zetten is heerlijk. Dat kan niet gezegd worden van alle voorstellen die ze me doen! Je kan het zo gek niet bedenken of ze hebben me er al voor gevraagd. Van flessen olijfolie ontwerpen tot tubes tandpasta versieren. Het ergste is dat ik het amper over mijn hart kan krijgen om zulke opdrachten te weigeren. Maar ik moet ergens een lijn trekken. Daarom kies ik voor de dingen die aansluiten bij wat ik gewend ben te doen. Canderel heeft mij pas gevraagd een gelimiteerde verpakking te bedenken voor hun zoetjes. Mijn liefde voor pin-ups heb ik er op kunnen botvieren. Vier heerlijke ouderwets aandoende prenten heb ik ontworpen.”

Uw zijsprongen beperken zich niet tot Canderel-verpakking. U restylde onlangs ook nog de wasmachine. Wat staat er nog op het programma?
Thomass: “Voor het moment ga ik helemaal op in het ontwerpen van meubilair. Iets zegt me dat interieurdesign langzamerhand de plaats inneemt van de mode. Kleding staat niet langer aan de top. Mensen spenderen meer geld aan de inrichting van hun huizen dan aan de kleren die ze dragen. Ook ik. Een mooi interieur geeft rust en voldoening. En als je dan net dat ene meubelstuk kan vinden dat precies bij je past, dan koop je het toch meteen? Een hele reeks kaptafels, commodes en andere ultravrouwelijke huisraad heb ik bedacht, in roze en zwart. Boudoir is het codewoord. Ach, de inspiratie is er om gebruikt te worden. Het is sterker dan mijzelf.”

Tekst: Elke Peeters • Publicatie: Sabato, De Tijd

Populaire posts