We love: het verhaal van couturier Gerald Watelet


Het is in 2006 dat ontwerpster Elke Peeters, het hart en de ziel van jouw liefste Jacki Collet, haar professionele leven een nieuwe wending geeft. Ze gaat voluit gaat voor een fascinerende carrière als freelance lifestylejournaliste en schrijft voor tal van toonaangevende luxemagazines waaronder Look-Out, Sabato, Het Laatste Nieuws en Kwintessens. Niet veel later presenteert ze “Qu’ elle est belle”, haar allereerste collectie hedendaagse juwelen op maat van het publiek. Jarenlang combineert ze interviews, research en het juwelenatelier tot een boeiend geheel dat naadloos aansluit bij zowat alles wat haar blij maakt: kunst, design, reizen, lekker eten, mode en juwelen.

De artikels die ze schreef zijn anno 2019 gedateerd door hun details, (er worden exposities aangehaald die reeds gepasseerd zijn, Gerald Watelet sloot zijn couture-atelier in Parijs, Tara Jarmon vond een nieuwe pied-à-terre in Antwerpen, de wasmachine van Chantal Thomass behoort al jaren tot de geschiedenis van het merk, …) maar blijven overeind omdat ze stuk voor stuk de liefde voor het creëren en de daaraan verbonden zoektocht naar de essentie van schoonheid als gemene delers hebben. Tijdloos is in dit geval geen holle definitie. 

Het eerste interview uit deze reeks dat Elke Peeters met jou wil delen, is het gesprek met couturier Gerald Watelet uit 2007 voor Look-Out Magazine.


Het is haar bijgebleven om Watelets uitspraken die ze zichzelf jaren later hoort herhalen als men vraagt naar de kern van Jacki Collet, haar eigen colletie: “Een vrouw ontleent haar persoonlijkheid niet aan de kleren die ze draagt, ze zijn enkel een bevestiging van haar vrouwelijkheid”, en “Mijn kleren zijn nooit in de mode, daarom zijn ze ook nooit uit de mode!”


Gerald Watelet
Verfijnde couturier en levenskunstenaar

Het is in zijn Brusselse pied-à-terre, een voormalig en pittoresk beeldhouwatelier, dat we hem ontmoeten. “Gewoon gevonden, een zoekertje in de streekkrant.” De toon van dit gesprek is meteen gezet. Geen dure woorden voor grootse dingen. Gereld Watelet (°1963): een man naar ons hart.

“Waarom ook niet!” was het onstuimige antwoord op de vraag of Gerald een collectie dameskleding wilde uitwerken. “Wist ik nochtans veel hoe het patroon van een broek eruitzag. Geen flauwe notie had ik van patronen en coupes.” Maar wat de toen vijfentwintigjarige Watelet wel wist, was hoe kwaliteit aanvoelt. En dat liefde voor schoonheid en perfectie hem in het bloed zit. Redenen genoeg dus om naald en draad ter hand te nemen en uit te groeien tot één van de meest gewaardeerde couturiers ter wereld. 

De grondslag van Geralds uitgebalanceerde gevoel voor finesse werd gelegd in zijn tere kinderjaren. A la recherche du temps perdu. Het lijkt wel of Proust zijn inspiratie bij Watelet haalde, enkel de madeleine ontbreekt nog in dit verhaal. Behoedzaam afgeschermd van de buitenwereld, creëerde Gerald van jongs af aan zijn eigen droomwereld. Noodgedwongen. “Heb jij enig idee hoe een verlegen, ziekelijk jongetje, met rosse haren en altijd omringd door zijn moeder en grootmoeder, zich voelt tussen de andere kinderen? Vreselijk! Ik leed aan astma, deed niet aan sport, ging niet naar de scouts. Ik leefde helemaal geïsoleerd, ver weg van de harde buitenwereld.”  Ondanks het feit dat het leven hem in de realiteit niet gunstig gezind was, maakte de kleine Gerald van de nood een deugd en vond daarbij een zielsverwant in zijn flamboyante grootmoeder. “Mijn grootmoeder was een fantastische vrouw. Ze borduurde de mooiste lingerie en het mooiste linnengoed voor de grote huizen. Daarnaast hield ze van film, muziek, theater, boeken en de bloemen in de tuin. Van haar nam ik de liefde voor schoonheid en kwaliteit over. Zij en ik waren als twee handen op één buik. We leefden in onze eigen, fascinerende wereld. Een heerlijke tijd.” De betovering werd enigszins verbroken toen Gerald oud genoeg werd om een studiekeuze te moeten maken. “Danser of couturier worden, dat waren mijn toekomstdromen. Mijn Bourgondische vader zag daar geen brood in en ik stelde me tevreden met een nieuw vooruitzicht. Ik zou naar de hotelschool gaan en kok worden.” Zo geschiedde. 

Na zijn studies kon Watelet meteen aan de slag in ‘Villa Lorraine’, een prestigieus Brussels driesterrenrestaurant dat druk bezocht werd door de elegantst geklede vrouwen ter wereld. Het werd de bakermat van zijn latere carrière als couturier. Omdat het bloed steeds kruipt waar het niet gaan kan, zelfs achter het fornuis, kreeg Geralds liefde voor mode en mooie stoffen al gauw weer de overhand. “Kijk,” zegt hij, “de kleedjes die nu op deze bijzettafeltjes liggen, dienden ooit als gordijnen in de bar van ‘Villa Lorraine’. De eigenaar wilde ze gewoon weggooien tijdens een opfrisbeurt. Een prachtige jaren zestig bedrukking op een kostbaar weefsel! Kan je je mijn reactie voorstellen? De rest van de stof ligt nu keurig opgeborgen in de kast. Trouwens, weet je dat het ontwerp ervan onlangs weer in productie werd genomen?” Zijn blauwe ogen lichten fel op, fier als hij is zijn geslaagde reddingsactie. En dit is nog maar één anekdote. Zowel het huis als alle voorwerpen erin vertellen stuk voor stuk een eigen, kleurrijk verhaal. “Ik heb nog nooit iets van mijn spullen doorverkocht. Alles wat je hier ziet, koester ik en krijgt geregeld een nieuwe plek.” Met een uniek en ongeëvenaard interieur als resultaat. Kunst als tweede huid. “Kunst is voor mij een manier van zijn. Een levenshouding die me rijk maakt, mijn geest voedt. Alles in mijn leven ademt liefde voor kwaliteit en elegantie uit.” De kat strijkt behaaglijk spinnend, langzaam en gracieus met haar staart langs de sofa. Een betere illustratie van Watelets filosofie bestaat niet. Toch niet op dit moment. 


Geralds levensgezel deelt ’s mans passie voor unieke schoonheid. “Gelukkig maar. Hij verzamelt antiquiteiten en zoals je ziet sluit zijn smaak perfact aan op de mijne. Hoewel ik meer van hedendaagse kunst houd. Vooral keramiek draagt mijn voorkeur weg. Mijn vriend stort zich dan weer vol overgave op schatten uit het wat verdere verleden.” Stapels kunstboeken liggen her en der verspreid, op de grond, op koffietafeltjes, tegen de muur aangeleund. Waar je maar kan kijken, springt er altijd wel een of ander bijzonder object in het oog. Van op de overloop slaat een prachtige, geboetseerde uil ons gade. “Een stuk uit de Wiener Werkstätte,” licht Watelet toe. “En het uiltje dat ernaast hangt, is een tekening van Dali.” We bekijken de rest van het huis dat baadt in het licht en omgeven wordt door een zee van kleurrijke bloemen. Groot is het niet, groots daarentegen wel. “Het huis is het voormalige atelier van de bekende beeldhouwer John Cluysenaer. Vervolgens werd Henri Starck, de grootvader van de cinema, er de eigenaar van. Zijn vriendin werd dan weer de latere vrouw van Marc Chagall. Je ziet: kunst is onlosmakelijk verweven met dit gebouw. Mij viel het te beurt dankzij een eenvoudig zoekertje in de streekkrant.” Gerald behield de originele structuur van het pand. Ook de ramen en de vloeren respecteerde hij. Aan de authenticiteit van van het kunstenaarsatelier raakte hij niet. Een betoverend staaltje art-decoarchitectuur werd opgefrist en onopvallend aangepast aan een hedendaagse levensstijl. een uniek allegaartje van kaarsen, lampen, sofa’s, schilderijen, vazen, beelden en bloemen maakt de inrichting uit en laat ons kennismaken met universum waarvan alleen Watelet de toegangscode kent. “Indien ik geen kleren maakte, zou ik decorateur zijn. Zeker weten.”


Dat de haute couturier graag dromen creëert, daar getuigen behalve het interieur van zijn huis ook zijn kledingcollecties van. Sobere perfectie in de mooiste materialen. Eenvoud in snit en elegantie. In rechte lijn afstevend naar de essentie. En die essentie, daar gaat het de couturier om. “Een vrouw ontleent haar persoonlijkheid niet aan de kleren die ze draagt, ze zijn enkel een bevestiging van haar vrouwelijkheid.” In tegenstelling tot wat de meeste mensen denken, staat haute couture niet alleen symbool voor glitter en glamour, maar bovenal voor op het lijf geschreven perfectie. Uitgepuurd en afgemeten. Met als kers op de taart: een flinke dosis Fingerspitzengefühl. Gevoel voor kwaliteit en de talloze, subtiele details die er onlosmakelijk mee verbonden zijn. En laat het net dàt zijn wat het allemaal zo bijzonder maakt. Watelet omschrijft zijn stijl kort, maar krachtig: “Zonder tralala. Mijn kleren zijn nooit in de mode, daarom zijn ze ook nooit uit de mode!” Klinkt logisch. Maar ook doordacht. “Zo is het perfect mogelijk dat ik een broek maak die een vrouw misschien wel tien jaar lang onafgebroken kan dragen. Gegarandeerd dat die vrouw mij na al die tijd vraagt om precies dezelfde broek te maken. Omdat ze heerlijk zit. En omdat ze zich er goed in voelt.” Net als de couturier zelf, liggen zijn klanten niet wakker van wat er leeft in de modewereld. Volledig wars van alle voorgeschreven trends, gaat Watelet zijn gangen. “Inspiratie voor mijn ontwerpen vind ik in eender wat. Dat kan een betoverend schilderij zijn, een film of een pakkend boek, maar evengoed een voorbijganger die nietsvermoedend mijn pad kruist.” De muze als onverwachte gast dus. Ze gedraagt zich bij Gerald Watelet even onvoorspelbaar als bij elke andere kunstenaar. “ongeveer vijf weken voor de show begin ik te ontwerpen. Eenmaal op dreef, ben ik niet meer te stoppen. Gelukkig kan ik rekenen op een prachtig team van ervaren naaisters. Parijse dames die de perfectie in hun vingers hebben.” En die bovendien hun sporen ruimschoots verdienden in de ateliers van Yves Saint Laurent., Watelets grote voorbeeld. 

Een heuse retroperspectieve valt haute couturier Gerald Watelet eind dit jaar te beurt in het Museum voor het Kostuum en Kant te Brussel. Een ‘bescheiden’ selectie van ongeveer honderd silhouetten werd gemaakt uit 4200 creaties die de man tijdens de afgelopen zesendertig defilés aan pers en publiek voorstelde. De tentoonstelling is een precieze neerslag van zijn werk en de evolutie van zijn stijl doorheen de jaren. Haute couture voor het grote publiek van 21 september 2007 tot 27 januari 2008. 

Ook nog leuk om te weten: de zwarte Madonna die in augustus haar gewijde Antwerpse verblijf verliet voor de jaarlijkse processie, werd na honderd jaar nog eens in het nieuw gestoken. Een plechtige eer die Gerald Watelet op zijn palmares mag aankruisen. 

Tekst: Elke Peeters - Foto's: Wim Van Osselaer - Publicatie: Look-Out 2007-2008

Populaire posts