dinsdag 25 september 2018

Juwelen – ver van ons bed


Hoeveel deugd doet het om weer eens een interessante, fijne post op de blog te kunnen gooien, beste liefjes! Het is omdat het leven Mme Butterfly's agenda overnam dat ze er lange tijd geen prioriteit van maakte, maar voortaan zal ze jullie weer geregeld verwennen met nieuwtjes en wetenswaardigheden uit haar gevleugelde leven. Deze tekst vond ze gisteren in haar mailbox, compleet met illustraties en de hartelijke groeten van haar rechtervleugeltje Jan Walgrave, de man die àlles weet over historische juwelen. Speciaal voor jullie!

Juwelen - ver van ons bed


Het loont soms de moeite om de horizon te verruimen en zowel in ruimte als in tijd te kijken wat er bij  andere – vroegere, verre – volkeren op gebied van juwelen te vinden is.

Eerst in de tijdIk vermoed dat juwelen dragen eerst een aangelegenheid voor mannen was. Zij wilden laten zien hoe sterk en moedig ze waren, om hun rivalen en de vrouwen te overtuigen. Ze hadden dan voordeel om de leiding te nemen en de vrouwen te beschermen, ze lagen goed in de markt. Als een jager een vervaarlijk dier kan doden maakt hij van klauwen en de tanden een halssnoer, dat hij zelf draagt of aan een vrouw schenkt, om duidelijk te maken dat ze hem toebehoort. Naar het voorbeeld van de dieren wil de “man-mens” er zoals pauwen, patrijzen, leeuwen en herten mooier en indrukwekkender uitzien dan de vrouwen en onderdanen.



Op de eerste foto, van de jaren 1930, zie je de vrouw van een opperhoofd van het Gueré-volk uit Ivoorkust. Ze draagt een snoer van luipaardtanden, dat ze van haar man-jager heeft gekregen. Het is een sieraad en een bezitsbewijs.




De tweede foto toont de vederhoed van een hoofdman van een groep Plains-indianen, waarschijnlijk de Crow. Hij krijgt die als de groepsraad hem wil belonen voor zijn moed en behendigheid in de jacht en de strijd. De vervaardiging is een ceremonieel, bij het opsteken van elke veer wordt de moed van de krijger gezongen. De arendsveren staan symbool voor fysieke en geestelijke kracht, de stroken wit wezelbont bewijzen zijn handigheid in het besluipen van de vijand en prooidieren.


De derde foto wil de relatie illustreren van het hoofd van het Yoruba-volk uit Nigeria met de goden. Als de koning, de Oba, deze kroon (de Adé) op het hoofd zet moet de hele vergadering zich stil houden. Het object is helemaal bedekt met kleurige kralen. De vogel bovenop toont aan dat hij in contact is met de goden in de hemel in het luchtruim, waar de vogels vliegen en vaak als boodschappers van de goden fungeren. De vier gezichten, twee aan twee op de kroon, beduiden dat de koning alles kan zien. De sluier belet de omstaanders het gelaat van de leider te bekijken terwijl hij met de goden in contact is.

Dit zijn dus drie sieraden die naast het mooie, het decoratieve, een diepere betekenis hebben. Zo zijn er bij de natuurvolkeren honderden boeiende voorbeelden. Bij hen geen juwelen zonder betekenis, wat bij ons veel meer voorkomt…

Tekst: Jan Walgrave